Skip to main content

Communicatietest

Communiceren doen we de hele dag door, vaak zonder dat we ons daar altijd van bewust zijn. Want ook als we niet met onze mond praten, vertelt onze lichaamstaal nog een heleboel. In onze contacten met anderen kan het ook wel eens spaak lopen: we worden niet goed begrepen, komen onbedoeld bot over of nog erger, we krijgen ruzie. Bent u een communicatiedier of kost communiceren met anderen u veel hoofdbrekens? Doe de communicatietest.

Kruis bij de onderstaande situaties de mogelijkheid aan die het best bij u past: Nooit, Soms, Regelmatig, Vaak, Altijd. Aan het einde komt u te weten hoe u scoort.

Vul hier uw email adres in om de uitslag te ontvangen.
(de uitslag is alleen voor u persoonlijk te lezen, wij hebben geen toegang tot die informatie)

Vragen
Als ik bij een groepje pratende mensen ga staan, meng ik me soepel in hun gesprek.
Mensen vinden dat ik duidelijk en verstaanbaar spreek.
Een ander kritiek geven is iets waar ik erg tegenop kan zien.
Ik kan mijn gedachten goed onder woorden brengen.
Achteraf weet ik altijd wel wat ik had moeten zeggen, maar op het moment zelf moet ik naar de juiste woorden zoeken.
Als ik nieuwe mensen ontmoet, kost het mij moeite om me op hun verhaal te concentreren.
Als ik plotseling tijdens een overleg het woord krijg, dan voel ik dat ik rood word en begin te hakkelen.
Tijdens een sollicitatiegesprek kan ik mijzelf goed ‘verkopen’.
Als ik luister naar een ander ben ik in gedachten al bezig met het vormen van mijn eigen mening of antwoord.
Als ik slecht nieuws moet brengen, verpak ik de boodschap op zo’n manier dat het hopelijk wat minder hard aankomt
Ik pak gemakkelijk de telefoon om te horen hoe het ermee gaat.
Ik kan het moeilijk van mij afzetten als iemand kritiek op mij heeft geuit.
Wanneer een klant een klacht heeft, blijf ik rustig en vraag door wat er precies aan de hand is.
Stiltes tijdens een gesprek werken op mijn zenuwen.
Ik gedraag mij hetzelfde, of ik nu met mijn collega praat of met de directeur.
Conflicten praat ik dezelfde dag nog uit.
Wanneer mij iets onduidelijk is, vraag ik om uitleg.
Als iemand stottert dan vul ik haar of zijn woorden aan.
Ik praat gemakkelijk over ditjes en datjes.
Als iemand een woordenstrijd met mijn aangaat, dan verlies ik de grip op de situatie.
Wanneer iemand mij op autoritaire wijze aanspreekt, kruip ik in mijn schulp.
Tijdens een gesprek zoek ik bewust oogcontact.
Wanneer ik zenuwachtig ben, begin ik te ratelen.
Ik kan er slapeloze nachten van hebben wanneer ik een presentatie moet houden voor een groot gezelschap.
Wanneer iemand dreigementen gaat uiten, stel ik duidelijk en beslist een grens.
Als ik wil weten hoe een ander ergens over denkt, vraag ik dat gewoon.
Onbedoeld kan ik bot overkomen.
Ik reageer te impulsief. Achteraf bedenk ik dat ik eerst had moeten nadenken
Ik merk dat mijn gesprekken met anderen stroef verlopen.
Als ik tegengas krijg, kan ik rustig mijn standpunt verdedigen.
Als mensen zweverig gaan praten, haak ik af.